Inleiding
De School
De Training
jeugd
Praktische Info
Activiteiten Kalender
Contact
nieuws
--Hoe trainen wij?--Wat Trainen wij?--Graduatie

Hoe trainen wij?

We trainen twee uur per training. Het eerste deel van de training (50 minuten) is gericht op het bevorderen van de algehele conditie. Daarbij zijn de oefeningen gericht op het vergroten van kracht, snelheid, lenigheid, evenwichtsgevoel en coördinatie. We besteden veel aandacht aan het gebruik van Chi – concentratie energie, vitale of levensenergie -. Alle oefeningen zijn gericht op het vergroten van het bewustzijn van het eigen lichaam en haar tekortkomingen. Door je eigen lichaam en tekortkomingen goed te kennen, kan je werken aan het verkrijgen van de totale beheersing van je lichaam.

De conditietraining wordt afgesloten met 5 tot 10 minuten ademhalingsoefeningen, meditatie en chi kung oefeningen. Na een kop thee (neem je eigen kopje mee, wij zorgen voor de thee) start het tweede deel van de training.

Beginners en gevorderden splitsen op om in 60 minuten onderwezen te worden in de stijl. Stijloefeningen zoals gevechtslopen (saifa en taykyuko) komen aan bod en meer op de praktijk gerichte oefeningen zoals kumite (afgesproken partnergevecht) en haitatsu (bevrijding uit grepen). Gevorderden oefenen tevens het vrije gevecht en bekwamen zich in staf, drietand of zwaard.

Door uitwisselingen met andere kempo-scholen en andere martiale disciplines en door het organiseren van of deelnemen aan gastlessen van meesters met een kempo of aanverwante achtergrond, biedt Qian Long je de mogelijkheid om je kennis te verbreden.

Wat trainen wij?

Taikyoku

Een taikyoku is een stijlfiguur (vergelijkbaar met een kata van karate) waarbij het draait om de oefening van de basis technieken (de kihon-wasa). In een patroon van (ver)stappen en positieveranderingen wordt een beperkt aantal technieken herhaald en in een herkenbaar patroon gepresenteerd. De beheersing van de techniek staat centraal. De taikyoku wordt individueel zonder tegenstanders beoefend. De school kent een tiental vaste taikyoku's.

Saifa

Bij de saifa staat de dynamiek en strategie van het gevecht centraal. Het is een denkbeeldig gevecht waarbij de aanvallers uit verschillende richtingen komen. In tegenstelling tot de taikyoku kenmerkt de saifa zich door een grote verscheidenheid aan technieken, technieken worden nauwelijks herhaald. We zien de vier saifa's samen met de kumites als belangrijkste oefenvorm binnen het kempo.

Kumite

Een kumite is een " afgesproken " gevecht welke met een tegenstander wordt uitgevoerd. De technieken die in deze vorm gebruikt worden staan vast. Verschillende aanvalstechnieken (stoten, slagen en trappen of een combinatie hiervan) worden verdedigd, waarna een tegenaanval wordt in gezet (overname). Het doel is controle te krijgen over je tegenstander. De kumite is een voorbereiding op het vrije gevecht. Soms wordt een verkorte vorm geoefend, ipon kumite genaamd, waarmee korte setjes van een verdediging en aanval op snelheid en effectiviteit worden getrained. Dit is een opstap naar het vrije gevecht. Er zijn 52 kumites beschreven, waarvan 22 waarin de aanvaller aanvalt met een mes of een stok en je de aanvaller probeert te ontwapenen.

Haitatsu

De haitatsu is vergelijkbaar met de kumite met dit verschil dat de aanvaller de tegenstander probeert te verwurgen of te klemmen. De haitatsu is er allereerst op gericht om je uit de klem te bevrijden waarna een aanval wordt ingezet. Net als bij de kumite gaat het om het controleren van de tegenstander. Er zijn 20 haitatsu's beschreven.

Laatste fase van een haitatsu in dit geval een bevrijding uit een verwurging, de pols van de aanvaller in zit in een klem evenals de schouder, de verdediger kan met zijn onderarm de elleboog van aanvaller breken of zoals hier afgebeeld via druk op de schouder de aanvaller controleren.

Juiji kumite

Het juiji kumite staat voor het vrije gevecht tussen twee deelnemers - het sparren - volgens de Shaolin principes. Anders dan in de vormen hierboven toegelicht zijn er geen reeksen technieken voorgeschreven. Het gaat erom het geleerde in de "praktijk" te brengen. Het doel is het zelfde als bij de kumite en de haitatsu; controle krijgen over de tegenstander. De voorwaarde voor een geslaagde sparring is wederzijds vertrouwen en respect voor elkaar. Het sparren wordt op semi-contact basis beoefend.

Figuur uit Handboek voor de Kempo

Graduatie

Het niveau van kempoka's van kemposchool Qian Long is af te lezen aan de kleur van de band (obi) die het jasje van het pak dichthoudt. Hoewel er 8 leerlinggraden (niveau's) zijn onderscheiden en er voor 3 meestergraden stof is, worden slechts vier banden gedragen, namelijk een witte, blauwe, bruine en zwarte band. De witte band mag je dragen na het behalen van de 7e kyu of leerlinggraad, de blauwe na het behalen van de 5e kyu, de bruine band na het behalen van de 3e kyu en de zwarte band na het behalen van de meestergraad (1e Dan). Elke volgende meestergraad wordt op de zwarte band aangegeven met een rode slip (streep), dus één streep bij 1e dan, twee strepen bij 2e dan enzovoorts. Momenteel is de hoogt toegekende meestergraad binnen de Kempo Associatie Nederland de 7e dan. De hoogst toegekende meestergraad binnen onze substijl binnen het Shaolin Kempo is de 5e dan.

Het eerste jaar sluit je af met een verplicht witte band examen. Aan het eind van het 3e leerjaar wordt het blauwe band examen afgenomen. De graden komen overeen met de 7e en 5e kyu en zijn leerlinggraden. Elk jaar wordt afgesloten met een individuele evaluatie. In principe is het mogelijk om na 4 tot 5 jaar het 3e kyu examen af te leggen, hetgeen overeenkomt met een bruine band.
Bij het blauwe band examen wordt alleen de extra stof ten opzichte van het witte band examen gevraagd.
Bij het bruine band examen en meestergraden kan alle voorgaande stof ook worden gevraagd. Zo kan dus voor je 3e dan gevraagd worden om de eerste kumite te laten zien.

Bij voldoende vordering wordt zeven tot tien jaar nadat je gestart bent het zwarte band examen afgenomen door de examencommissie van de Shaolin Kempobond Nederland. Hiermee kan je de meestergraad ofwel 1e dan behalen. Er is voldoende stof voor het behalen van de 3e dan graad (onderstaande tabel geeft alle stof weer per kyu en dan graad).

De hoeveelheid kumite, haitatsu, taikyoku en saifa zijn voor de 1e kyu en 1e dan graad gelijk.
Het gaat bij het groeien van 1e kyu naar het opgaan voor het 1e dan examen dan ook met name om een toename van het inzicht en de uitvoering van de stof. Een kandidaat voor het 1e dan examen dient eigen stof te ontwikkelen en presenteren ter zwaarte van een saifa. Ook dient een kandidaat voor het 1e dan examen een wapen naar keuze eigen te maken door het tonen van stof ter zwaarte van een saifa. Deze stof is vaak afkomstig van aanverwante vechtkunsten zoals het Japanse karate (bo, sai) of kendo (zwaard) of het Chinese wushu (bo, zwaard).
Toegestane wapens zijn de bo en hellebaard, sai, Japans of Chinees zwaard en mes. Afwijkende keuzes zijn mogelijk in overleg met de Sensei.
Wel nieuw t.o.v. 1e kyu is het aantal bo tegen bo kumite en een extra sai saifa.
Bij het behalen van de 1e dan wordt tevens de officiele aanspreektitel sempai (oudere broer, zus) toegekend.

Bij het trainen voor 2e dan ligt het accent op het eigen maken van alle stof uit het Handboek voor de Kempo.
Het maken van eigen stof of het eigen maken van een andere wapenvorm dan bij het 1e dan examen wordt niet gevraagd. Alle kumites moeten zowel links als rechts kunnen worden uitgevoerd.
Gezien de toename van de hoeveelheid eigen te maken stof, kan het tweede dan examen worden afgelegd, nadat er vijf actieve trainingsjaren zijn verstreken t.o.v. het 1e dan examen. De kandidaat moet actieve kennis hebben van EHBO bij sportongevallen (EHBO diploma is niet vereist).
Bij het behalen van de 2e dan kan de officiele aanspreektitel sensei (leraar) worden toegekend.

Bij het trainen voor de 3e dan komt het accent weer te liggen op het eigen maken van stof van aanverwante vechtkunsten naar keuze zoals chin na, jiujitsu en judo, karate, andere kempostijlen, pentjak silat en andere. De kennis en kunde van enkele van deze stijlen dient te worden ingevlochten in de eigen stijl.
Ook dient de kandidaat een andere wapenvorm te presenteren dan eigen gemaakt voor het 1e dan examen.
Een derde dangraad kan worden behaald na vijf actieve trainingsjaren na het behalen van de 2e dan.

terug naar boven